Hoeveel licht heb je eigenlijk nodig aan je bureau?

Je merkt het vaak pas aan het eind van de dag: branderige ogen, een lichte hoofdpijn of het gevoel dat je je steeds moeilijker kunt concentreren. Niet zelden ligt de oorzaak bij de verlichting. Te weinig licht laat je ogen harder werken, maar te veel of verkeerd geplaatst licht zorgt voor schittering en vermoeidheid.

Goede verlichting aan je bureau draait dus niet alleen om helderheid. Het gaat om de combinatie van daglicht, de juiste lamp, de lichtkleur en de plek waar alles staat. In dit artikel lees je hoe die factoren samenwerken en hoe je je werkplek zo inricht dat je er de hele dag prettig kunt zitten.

Hoeveel licht is genoeg?

Lichtsterkte op een werkvlak wordt uitgedrukt in lux. Voor kantoorwerk zoals lezen, schrijven en werken achter een beeldscherm wordt doorgaans zo’n 500 lux op het bureaublad aangeraden. Ter vergelijking: een gemiddelde woonkamer komt ‘s avonds vaak niet verder dan 100 tot 200 lux. Werk je met kleine details of ben je wat ouder, dan kan wat meer licht prettig zijn, omdat de ogen met de jaren meer licht nodig hebben om scherp te zien.

Je hoeft geen luxmeter te kopen om dit te beoordelen, al bestaan er apps die een redelijke schatting geven. Een eenvoudige vuistregel: als je papier moet schuin houden of dichterbij moet halen om het goed te lezen, is er te weinig licht. Zie je juist harde reflecties op je scherm of bureau, dan is het licht te fel of verkeerd gericht.

Daglicht als basis

Daglicht is de beste lichtbron die je hebt. Het helpt je biologische klok op schema te houden, waardoor je overdag alerter bent en ‘s avonds makkelijker in slaap valt. Zet je bureau daarom bij voorkeur dicht bij een raam, maar niet zomaar op elke manier.

De ideale opstelling is met het raam aan de zijkant, zodat je scherm er haaks op staat. Zit je met je rug naar het raam, dan krijg je spiegeling op je beeldscherm. Kijk je recht naar het raam, dan moeten je ogen voortdurend schakelen tussen het felle licht buiten en je donkerdere scherm. Lamellen, vitrages of rolgordijnen helpen om fel zonlicht te temperen zonder het daglicht helemaal weg te nemen.

De bureaulamp goed neerzetten

Plafondverlichting alleen is meestal niet genoeg, zeker niet in de wintermaanden of als je laat doorwerkt. Een bureaulamp vult het licht aan precies waar je het nodig hebt. Let bij het kiezen op een lamp met een verstelbare arm en kop, zodat je de lichtbundel kunt richten. Een dimfunctie is handig om de helderheid aan te passen aan het moment van de dag.

Wil je verschillende soorten lampen en ander werkplekmateriaal naast elkaar zien, dan vind je op https://comparekantoor.nl meer informatie over het inrichten van een prettig werkklimaat. Welke lamp je ook kiest, de plaatsing maakt het grootste verschil:

  • Zet de lamp aan de kant van je niet-schrijvende hand, zodat je hand geen schaduw werpt.
  • Richt het licht op je werkvlak en niet op je scherm of in je ogen.
  • Zorg dat de lichtbron zelf afgeschermd is, zodat je niet direct in het lampje kijkt.
  • Houd de omgeving niet donker: een te groot contrast tussen bureau en kamer vermoeit je ogen.

Welke lichtkleur werkt het best?

De kleur van licht wordt uitgedrukt in kelvin. Warm wit licht, rond de 2700 tot 3000 kelvin, voelt gezellig en ontspannen en past goed in een woonkamer. Neutraal wit, rond de 4000 kelvin, wordt vaak als prettig ervaren voor geconcentreerd werk. Koel wit licht van 5000 kelvin of hoger lijkt meer op daglicht en kan je alert houden, maar voelt voor sommige mensen al snel kil.

Een lamp met instelbare lichtkleur is een mooie oplossing: overdag wat koeler voor focus, aan het eind van de middag warmer om langzaam af te bouwen. Let ook op de kleurweergave-index (CRI). Een waarde van 80 of hoger zorgt ervoor dat kleuren natuurlijk ogen, wat vooral prettig is als je met foto’s, ontwerpen of drukwerk bezig bent.

Je scherm en je ogen

Ook je beeldscherm is een lichtbron. Stem de helderheid van je scherm af op de omgeving: een scherm dat veel feller is dan de ruimte eromheen, voelt als in een lamp kijken. Veel besturingssystemen hebben een automatische helderheid of een nachtmodus die het blauwe licht ‘s avonds vermindert.

Daarnaast helpt het om je ogen regelmatig rust te geven. Een bekende vuistregel is om elke twintig minuten ongeveer twintig seconden naar iets in de verte te kijken. Zo ontspannen de oogspieren die zich bij werk op korte afstand voortdurend aanspannen.

Klein beginnen werkt prima

Je hoeft je werkplek niet in één keer om te gooien om verschil te merken. Draai je bureau eens een kwartslag ten opzichte van het raam, verplaats je lamp naar de andere kant of probeer een warmere of koelere lamp uit. Let een paar dagen op hoe je ogen en je concentratie reageren. Vaak blijkt een kleine aanpassing al genoeg om aan het eind van de werkdag een stuk frisser op te staan.