Wie in de Kempen een tuin heeft, kent het: na een paar droge weken is de grond los, licht en snel uitgedroogd. Veel tuinliefhebbers proberen dat te compenseren met extra potgrond, compost en water. Dat kost moeite en geld, terwijl er een eenvoudiger weg is. Er bestaat een hele groep planten die van nature thuishoort op deze schrale zandgrond en daar juist goed op gedijt.
In dit artikel lees je welke inheemse planten en struiken passen bij de Kempische bodem, waarom ze zo goed werken en hoe je er met een paar keuzes een tuin van maakt waar bijen, vlinders en vogels graag komen.
Waarom zandgrond om andere planten vraagt
Kempische zandgrond is ontstaan uit dekzand dat in de laatste ijstijd is afgezet. De bodem is voedselarm, licht zuur en houdt weinig water vast. Planten uit tuincentra zijn vaak gekweekt op rijke grond en hebben het hier moeilijk zonder voortdurende verzorging.
Inheemse soorten hebben zich in de loop van duizenden jaren aan deze omstandigheden aangepast. Ze wortelen diep, verdragen droogte en hebben weinig voeding nodig. Bemesten is bij deze planten zelfs vaak nadelig: het geeft snelgroeiende grassen en brandnetels de kans om ze te verdringen.
Struiken en bomen voor de basis
Een tuin krijgt structuur door struiken en enkele bomen. De zomereik en ruwe berk zijn echte zandgrondbomen en bieden voedsel en schuilplaatsen aan honderden soorten insecten. Heb je minder ruimte, dan is de wilde lijsterbes een mooie keuze: in het voorjaar witte bloemen voor bestuivers, in de nazomer oranje bessen voor merels en lijsters.
Voor een losse haag of struikenrand werken sporkehout (vuilboom), brem en jeneverbes goed. Sporkehout bloeit lang en is geliefd bij hommels, brem kleurt de tuin in mei felgeel en de jeneverbes is een groenblijvende struik die typisch is voor het Kempische heidelandschap.
Heide en lage planten
Niets past zo goed bij de Kempen als struikheide. Een klein heideveldje of een rand met heide vraagt weinig onderhoud en bloeit eind zomer, wanneer andere bloemen al uitgebloeid zijn. Daarmee is het een belangrijke nectarbron voor late bijen, zoals de heidebij die vrijwel alleen op heide foerageert.
Tussen en rond de heide kun je verschillende kleine soorten zaaien of planten. Ze vormen samen een kleurrijk en droogtebestendig geheel:
- Grasklokje: tere blauwe klokjes van juni tot september
- Wilde tijm: geurig, laag en geliefd bij vlinders
- Zandblauwtje: bolle blauwe bloemhoofdjes op kale zandgrond
- Muizenoor: gele bloemen en zilverige, behaarde blaadjes
- Schapenzuring: waardplant voor de kleine vuurvlinder
Zo help je de biodiversiteit vooruit
Inheemse planten en inheemse dieren zijn op elkaar ingespeeld. Veel rupsen eten alleen van specifieke planten, en sommige wilde bijen bezoeken maar enkele soorten bloemen. Door de juiste planten te kiezen, maak je je tuin dus geschikt voor soorten die in een tuin met exoten geen voedsel vinden.
Laat daarnaast ook een stukje kale, zonnige zandgrond liggen. Veel zandbijen en graafwespen nestelen in de grond en hebben juist open plekken nodig. Een stapel takken of wat dood hout in een hoek biedt schuilplaatsen aan kevers, egels en vogels. Wil je weten welke groene initiatieven, natuurprojecten of tuinactiviteiten er in de buurt spelen, dan vind je regionaal nieuws uit Cranendonk en omgeving op www.lokaalnieuwscranendonk.nl.
Aanplanten en onderhoud
De beste tijd om te planten is de herfst. De grond is dan nog warm en de winterregen helpt de wortels om zich te vestigen voordat de droge zomer aanbreekt. Geef in het eerste jaar af en toe water; daarna redden de meeste soorten zich zelf.
Voeg geen mest of rijke potgrond toe, en haal opkomende grassen en zaailingen van snelgroeiende soorten tijdig weg. Heide houd je jong door haar eens per paar jaar licht terug te snoeien na de bloei. Koop bij voorkeur planten van een kwekerij die inheems plantgoed van streekeigen herkomst levert, zodat ze echt bij de omgeving passen.